U bent van harte welkom tijdens onze kerkdiensten. Onze diensten beginnen normaal gesproken om 09:30 en 18:00 uur. Daarnaast kunt u de diensten live volgen via deze site. Verder is het mogelijk om de diensten achteraf te beluisteren via deze website. Hierna leggen we u graag uit hoe onze eredienst verloopt.
Voor de dienst begint speelt het orgel. Ondertussen zoekt iedereen een plekje in de kerk. U kunt een Bijbel en/of psalmboekje van ons gebruiken. De te zingen psalmverzen en het Bijbelgedeelte waarover gepreekt zal worden staan aangekondigd op de psalmborden.
Als het orgel gestopt is met spelen komt de kerkenraad de kerk door de deur de kerkzaal binnen , vanuit de consistoriekamer. De een na laatste man is de dominee. Hij wordt naar de kansel gebracht en krijgt bij de trap van de preekstoel een hand van een ouderling (de zogenaamde ouderling van dienst). Op toerbeurt vervullen de ouderlingen deze taak.
De kerkenraad heeft in de consistorie een paar dingen doorgesproken en in een gezamenlijk gebed Gods hulp en zegen over de kerkdienst gevraagd. Met de handdruk geeft de ouderling namens de kerkenraad de verantwoordelijkheid over de dienst aan de predikant. Hij staat niet zomaar op de preekstoel, maar staat met een opdracht namens de HEERE, zijn Zender.
Na deze handdruk bidden we in stilte ieder persoonlijk om een zegen over de dienst. De kerkenraad doet dit staande.
Vervolgens spreekt de dominee namens de gemeente onze afhankelijkheid van God uit in het votum:
Onze hulp en onze enige verwachting is in de Naam des Heeren HEEREN, die hemel en aarde geschapen heeft, die trouwe houdt en eeuwig leeft, en die nooit laat varen enig werk dat Zijn hand begon. Amen. (Vanuit Psalm 124:8 en 138:8)
Direct na het votum komt de groet, waarin de dominee namens God zelf met opgeheven handen de gemeente zegent:
Genade zij u en vrede van God de Vader en van Zijn Zoon Jezus Christus in de gemeenschap van de Heilige Geest
Soms wordt de groet gebruikt die te vinden is in Openbaring 1:4-6
Genade zij u en vrede van Hem Die is, Die was en Die komen zal. En van de zeven Geesten Die voor Zijn troon zijn. En van Jezus Christus, Die de getrouwe Getuige is, de Eerstgeborene uit de doden en de Overste van al de koningen der aarde. En Die ons gemaakt heeft tot koningen en priesters Gode en Zijn Vader; Hem, zeg ik, zij de heerlijkheid en de kracht in alle eeuwigheid. Amen.
We zingen een psalm. De te zingen psalmen staan aangegeven op de psalmborden die in de kerk hangen. De predikant heeft psalmen uitgekozen die te maken hebben met het onderwerp van de preek van vandaag.
In de morgendienst worden nu door de predikant de Tien Geboden (de wet) gelezen, zoals deze staat in Exodus 20.
In de avonddienst leest hij de Twaalf Artikelen, ook wel genoemd de Apostolische Geloofsbelijdenis. Hierin spreken we als gemeente uit wat de kern is van het christelijk geloof, namelijk dat de Drie-enige God, Vader, Zoon en Heilige Geest de enige waar God is en de God van volkomen zaligheid
In aansluiting op deze lezing van wet of geloofsbelijdenis wordt een psalm gezongen.
Op christelijke feestdagen wordt in plaats van de Apostolische Geloofsbelijdenis ook wel de Geloofsbelijdenis van Nicea gelezen.
De predikant bidt namens de gemeente tot God. In dit gebed vragen we om Gods hulp in het luisteren naar de preek. We vragen of God met Zijn Geest aanwezig wil zijn, zodat we de Bijbel en de uitleg daarvan voor ons eigen leven begrijpen. Er wordt verder gebeden voor de zieken, voor verdrietige en blijde gebeurtenissen in de gemeente of in de wereld om ons heen, voor ons dorp, onze provincie of ons land, voor zending, of andere zaken.
Tijdens het gebed gaat de kerkenraad staan.
De schriftlezing en het gebed zijn bij gastpredikanten ook wel eens in omgekeerde volgorde.
De predikant leest nu het gedeelte uit de Bijbel dat als leidraad gebruikt gaat worden voor de preek. De predikant herhaalt soms nog één of enkele verzen uit dit gedeelte die hij heeft uitgekozen als thema voor de dienst.
Wij lezen de Bijbel vanuit de zogenoemde Statenvertaling. In de avonddienst wordt er soms een gedeelte behandeld vanuit de Heidelbergse Catechismus. De Heidelbergse Catechismus is een belijdenis die in het psalmboekje is te vinden direct na de psalmen. Hij is opgedeeld in ‘zondagen’, waarin steeds een paar vragen over het geloof worden behandeld.
Na het gebed kondigt de predikant aan over welke tekst of tekstgedeelte uit de Bijbel zijn preek zal gaan. Vaak heeft de preek een thema en zijn er een aantal punten. Die worden dan ook genoemd. Daarna kondigt de predikant het te zingen psalmvers aan en de doelen van de collectes.
Tijdens het zingen dat nu volgt, gaan de diakenen en de kerkvoogden door de kerk met collectezakjes, die worden doorgegeven door de banken. De collecten zijn vrijblijvend; wij krijgen iedere kerkdienst de gelegenheid om God iets terug te geven van alles wat Hij ons schenkt. Vooraf worden vaak nog enkele mededelingen voor de gemeente gedaan (de afkondigingen) en wordt de bestemming van de collecten verteld.
De preek is het belangrijkste deel van de kerkdienst. De predikant legt het gelezen Bijbelgedeelte uit. Daarbij trekt hij een lijn naar de betekenis daarvan voor vandaag en voor het leven van ons allen. Het is Jezus Christus zelf, die heeft opgeroepen om via de prediking Zijn Woord uit te leggen en te verbreiden. Hij heeft beloofd dat Hij door dit middel mensen tot het geloof zal brengen en met Zijn Geest mensen zal veranderen.
Na de preek zingen we een psalm.
De predikant gaat voor in dankgebed. We danken God voor wat Hij ons heeft geleerd. We bidden om Zijn zegen en leiding voor de komende tijd en voor de toekomst.
We zingen nog een psalm.
Na het zingen gaan we staan. De predikant legt dan de zegen van de Heere op de gemeente.
De HEERE zegene u en behoede u; de HEERE doe Zijn aangezicht over u lichten en zij u genadig; de HEERE verheffe Zijn aangezicht over u en geve u vrede. Amen (Numeri 6:24-26).
Of
De genade van de Heere Jezus Christus en de liefde van God en de gemeenschap van de Heilige Geest zij en blijve met u allen. Amen. (2 Korinthe 13:13).
Na het uitspreken van de zegenbede verlaat de dominee de preekstoel. Hij krijgt een hand van van de ouderling van dienst. Deze handdruk is symbool voor instemming met de prediking en de predikant geeft hiermee ook de verantwoordelijkheid over de dienst terug aan de kerkenraad. Daarna verlaten de predikant en de kerkenraad de kerkzaal. Zij gaan naar de consistoriekamer. Daar wordt een dankgebed gedaan en spreekt de kerkenraad nog even met elkaar over de inhoud van de preek. Als het orgel gaat spelen, verlaat de gemeente de kerk.
Vraag gerust hulp aan de koster (de gastheer in de kerk) of aan anderen als er iets onduidelijk is.